Betaalbaar wonen als motor van stedelijke veerkracht

De woningtekorten in Europese steden zijn geen grafiek; je voelt het in elke stad. Mensen met een modaal inkomen vinden nauwelijks nog betaalbare woonruimte en winkels, scholen en zorginstellingen raken medewerkers kwijt door lange reistijden terwijl diversiteit plaats maakt voor eenzijdigheid. Zo stokt het vliegwiel van stedelijke economie en samenleven. Precies daar ligt een nuchtere opdracht: méér betaalbare, duurzame huurwoningen op plekken waar banen, onderwijs en voorzieningen samenkomen. Voor pensioenfondsen is dat geen activistische keuze, maar een rationele: stabiele bezetting, (deels) inflatievolgende kasstromen en meetbare maatschappelijke waarde. Tenminste, als je scherp selecteert, Europees spreidt en lokaal uitvoert.
Dit is een artikel op basis van een interview met Hilke Nijmeijer, Senior Portfolio Manager voor CBRE Investment Management’s Europese woningstrategie
Selectie, spreiding en maatwerk op straatniveau
Het antwoord dat langetermijnkapitaal hierop kan geven begint bij locaties die kloppen: betaalbare, energiezuinige huurwoningen op goed ontsloten plekken, dichtbij werkgelegenheid, voorzieningen en openbaar vervoer. In dit segment blijft de bezetting hoog, zijn huurstromen relatief stabiel en is het operationele risico beperkt. Wie daarbij spreidt over landen én over huurregimes, bouwt een portefeuille die beter bestand is tegen lokale beleidswijzigingen of politieke schokken. De sleutel ligt in lokale verankering: kennis van micromarkten, regelgeving en huurdersprofielen bepaalt of betaalbaarheid ook werkelijk geborgd blijft. Dat vereist meer dan sturen op vierkante meters; het vraagt om maatwerk op straatniveau.
Betaalbaarheid structureel onderdeel van beleggingsbeleid
Die benadering wint terrein, maar is nog lang niet de standaard. CBRE Investment Management kiest er bewust voor om betaalbaarheid en huurzekerheid structureel te verankeren in het beleggingsbeleid. “Als je wonen op lange termijn betaalbaar wilt houden, moet je verder gaan dan wat de regels vandaag van je vragen,” zegt Hilke Nijmeijer. “Dat begint bij een scherpe definitie van wat betaalbaar is en eindigt niet bij een huurniveau, maar bij voorspelbaarheid en zekerheid voor huurders.” In de praktijk betekent dit binnen onze Europese woningstrategie: minimaal 70% van de woningen onder de grens van 35% van het lokaal mediaan besteedbaar inkomen, ook in steden waar wetgeving ruimte laat voor hogere huren. In markten zonder regulering worden indexatie-afspraken en opzegtermijnen bewust afgestemd op het perspectief van de huurder. Onafhankelijke toetsing door impact-analisten zoals The Good Economy is integraal onderdeel van deze aanpak. “Niet om een vinkje te halen,” zegt Nijmeijer, “maar om scherp te blijven op de juiste strategie.”
ESG begint vóór de oplevering
Ook de klimaatkant krijgt in het beleggingsbeleid nadrukkelijk aandacht. Nieuwe investeringen in ontwikkelingen moeten voldoen aan de NZEB-norm (Nearly Zero-Energy Building), wat betekent dat de woningen nagenoeg energieneutraal zijn en voldoen aan strenge eisen voor isolatie, installaties en energieopwekking. Bij bestaande woningen ligt de nadruk op renovatie en optimalisatie in gebruik. Tegelijk laat lifecycle-analyse zien dat een groot deel van de CO₂-voetafdruk al in de bouwfase ontstaat. Daarom wordt in een steeds vroeger stadium samengewerkt met ontwikkelaars om keuzes te maken die niet alleen financieel, maar ook ecologisch verantwoord zijn. “Ongeveer de helft van de CO₂ zit in de stenen voordat er één huurder binnen is geweest,” aldus Nijmeijer. “Daar moet je dus vroeg bij zijn.”
Groeipotentieel in Europa
Wie zich als belegger op deze markt wil positioneren, moet ook verder kijken dan de eigen landsgrenzen. In markten als Denemarken, Ierland of Spanje zijn aanvangsrendementen op huurwoningen hoger dan in bijvoorbeeld Nederland, terwijl de kwaliteit goed vergelijkbaar is. De concurrentie ligt er lager en het huurklimaat is in veel gevallen stabieler. Europese spreiding helpt bovendien om politieke en regelgevende risico’s op portefeuilleniveau te dempen.
De correctie op de vastgoedmarkten biedt pensioenfondsen juist nu de kans om opnieuw positie te kiezen in betaalbaar wonen. “De dealflow is tijdelijk lager, maar de structurele vraag blijft overeind,” zegt Nijmeijer. “Dat maakt het een geschikt moment nú een portefeuille op te bouwen met een langetermijnvisie op rendement én maatschappelijke waarde.”
Tegelijkertijd groeit in veel Europese landen het institutionele segment van de woningmarkt nog volop. Voor beleggers betekent dat niet alleen een kans om in te stappen tegen aantrekkelijkere aanvangsrendementen, maar ook om mee te groeien met een sector die zich verder ontwikkelt en professionaliseert.
Sterk risicoprofiel, solide rendement
Betaalbare huurwoningen combineren een aantrekkelijk totaalrendement met een laag risicoprofiel. De volatiliteit in huuropbrengsten is beperkt, terwijl de bezettingsgraad hoog blijft. Uit analyses – waaronder de INREV Fund Index – blijkt dat woningen met lagere huren structureel beter presteren dan het duurdere segment, zowel op korte als op lange termijn.
Daar tegenover staat één duidelijke randvoorwaarde: beleid moet voorspelbaar zijn. “Korte, populistische cycli zijn funest voor langetermijnkapitaal,” zegt Nijmeijer. “Woningmarktbeleid moet een horizon van twintig jaar durven hebben. Dat vraagt om rust, duidelijke spelregels en samenwerking in plaats van telkens nieuwe verrassingen.”
Hilke Nijmeijer, Senior Portfolio Manager voor CBRE Investment Management’s Europese woningstrategie