Land- en bosbouw bieden beleggers concrete route naar biodiversiteit

Institutionele beleggers zien biodiversiteitsverlies steeds meer als een systeemrisico, maar investeren in oplossingen blijft lastig. Het thema is abstract; projecten zijn kleinschalig en rendementen onzeker. Land- en bosbouw bieden volgens Karel Nierop, Head of Products & Solutions bij Triodos Investment Management, een concrete ingang. “Door biodiversiteit aan duurzaam landgebruik te koppelen, tonen we een businesscase met positieve impact en rendement.”
Biodiversiteit staat de laatste jaren hoog op de agenda van institutionele beleggers. Verschillende studies waarschuwen dat het verlies van ecosystemen niet alleen een ecologisch probleem is, maar ook economische gevolgen heeft. Bodemuitputting, waterstress en ontbossing kunnen uiteindelijk productieketens verstoren en daarmee ook financiële markten raken.
Terwijl wereldwijd slechts $220 miljard wordt geïnvesteerd in natuurherstel, gaat $7,3 biljoen naar activiteiten die tot natuurvernietiging leiden. Private financiering blijft sterk achter, wat de investeringskloof verder vergroot. Veel pensioenfondsen onderzoeken welke plek biodiversiteit in hun beleggingsbeleid kan hebben. Een enkeling neemt al concrete stappen. In de praktijk komt het vooralsnog vooral neer op beperking van natuurgerelateerde risico’s en het beperken van natuurschade.
Nierop: “Dan heb je het over het ‘do no harm’-principe. Daarbij breng je een ondergrens in je portefeuille aan, ongeacht welke investering je doet. Een goede zaak, maar als je echt positieve impact wil maken, dan moet je ook daadwerkelijk oplossingen financieren. Schadebeperking via integratie van het thema in de portefeuille is niet genoeg.”
Landgebruik als sleutel
Voor Triodos Investment Management leidde de zoektocht naar een concreet investeringsmodel volgens Nierop al snel naar landgebruik. “Meer dan 70 procent van al het landgebruik in Europa en Noord-Amerika is gerelateerd aan land- en bosbouw”, zegt Nierop. “Dat zijn ook de sectoren die het meest bijdragen aan biodiversiteitsverlies. Er zijn manieren waarop landbouw- en bosbouwbedrijven echter een positieve natuurimpact kunnen hebben.”
Nierop wil daarom investeren in de transitie van landbouw en bosbouw naar regeneratieve, biologische methodes. Daarbij gaat het niet alleen om natuurherstel. Nierop: “De insteek is biodiversiteit, maar het gaat uiteindelijk om de transitie naar duurzamer landgebruik. Dat we future-fit farms and forests creëren, die ook nog over 20 jaar opbrengsten genereren.”
Voor Triodos Investment Management is het potentieel voor impact en rendement dermate aantrekkelijk dat er dit jaar, met Canadese partner Fondaction, een biodiversiteitsfonds in deze real assets wordt geïntroduceerd. Dit fonds zal actief zijn in ontwikkelde markten in Noord-Amerika en Europa.
Vijf rendementsdrijvers
Een belangrijke uitdaging is rendement: kunnen biodiversiteitsinvesteringen behalve positieve impact ook financieel rendement opleveren? Volgens Nierop kan dat wel degelijk als biodiversiteit wordt gekoppeld aan economische activiteiten.
Regeneratieve bos- en landbouw heeft volgens Nierop economische voordelen. Een belangrijke drijver is dat er minder productiemiddelen zoals pesticiden en water nodig zijn. Echt duurzaam bodembeheer leidt zo tot lagere kosten, zo blijkt steeds meer uit langjarig onderzoek.
Ten tweede groeit de vraag naar duurzaam geproduceerd hout en voedsel en leidt dit tot een premie op de prijs, zeker in Europa. “Misschien is de opbrengst in het begin iets lager, maar dat wordt gemitigeerd doordat je hogere prijzen voor producten kunt krijgen.”
Ook speelt technologie een toenemende rol in kostenbeheersing én klimaatbestendigheid. Met sensoren en satellietdata kunnen land‑ en bosbedrijven bodemwater, groei en risico’s zoals droogte of stormschade continu volgen en gerichter sturen, terwijl precisie‑irrigatie en hernieuwbare energie (bijvoorbeeld agrovoltaics) de input‑ en energiekosten drukken én de weerbaarheid tegen klimaatstress vergroten.
Ten vierde kunnen er aanvullende inkomstenbronnen ontstaan via carbon credits of andere ecosysteemdiensten. “Als je kunt aantonen dat je aan bepaalde criteria voldoet, biedt dit met name in de bosbouw extra financiële opbrengsten”, aldus Nierop.
Op langere termijn verwacht Nierop ten slotte dat duurzaam beheerd land ook simpelweg zijn meerwaarde bewijst. “Wat veel mensen niet incalculeren, is dat conventioneel beheerde landbouw- en bosgrond in de toekomst dusdanig kan degraderen dat de opbrengst daalt. Dan wordt dat land uiteindelijk minder waard dan land dat duurzaam wordt beheerd.”
Schaalprobleem
Hoewel de belangstelling onder institutionele beleggers groeit, blijft schaal een belangrijke barrière om echt tot investeren over te gaan, meent Nierop. “Als een pensioenfonds tientallen miljoenen wil investeren en tegelijkertijd niet meer dan 10 of 20 procent in één fonds wil stoppen, dan heb je al snel een fonds van honderden miljoenen nodig”, zegt hij. “Veel initiatieven zijn nu nog gewoon te klein.”
Daardoor vinden institutionele beleggers nauwelijks schaalbare en professioneel beheerde oplossingen die aan hun governance- en rapportagevereisten voldoen. Volgens Nierop kan bundeling van projecten helpen om dat probleem op te lossen. Hij verwijst naar de energietransitie, waar investeringen pas echt op gang kwamen toen individuele projecten werden samengebracht in grotere portefeuilles. “Die aanpak kan hier ook succesvol zijn.”
Nierop verwacht niet dat biodiversiteit op zichzelf een nieuwe beleggingscategorie wordt. “Net als klimaat is biodiversiteit geen aparte asset class”, zegt hij. “Biodiversiteitsverlies is een wereldwijde ontwikkeling die overal doorheen loopt. Biodiversiteit heeft bovendien veel raakvlakken met andere duurzame thema’s zoals klimaatverandering, de aanpak van honger en armoede en waterschaarste.”
Een nieuwe generatie en lokale partners
Nierop verwacht dat de komende jaren veel grond in Europa en Noord-Amerika van eigenaar zal wisselen door vergrijzing, met name onder boeren. “Er komt een grote intergenerationele overdracht van landeigendom aan. Dat is zowel een kans als een risico.”
Een risico is dat het land verder degradeert als het terechtkomt in grotere conventionele agrarische systemen die vasthouden aan monoculturen en intensief gebruik van chemische middelen. Tegelijkertijd ziet Nierop kansen voor partijen die het vrijgekomen land duurzaam willen beheren, maar voor hun plannen kapitaal nodig hebben.
Triodos IM wil die rol vervullen via een real-assetsstrategie waarin het nieuwe fonds een aandelenbelang neemt in landbouw- en bosbouwgrond. Daarbij werkt de vermogensbeheerder in Noord-Amerika samen met Fondaction, een pensioenbelegger met veel ervaring in duurzame natuur-, land- en bosbouwinvesteringen.
Een cruciale rol is weggelegd voor lokale beheerders met ervaring in regeneratief landbeheer. “Landgebruik is per definitie lokaal gebonden. Zo’n strategie werkt alleen als je iemand hebt die daadwerkelijk een boerderij of bos kan runnen”, stelt Nierop. Het fonds werkt daarom samen met lokale partners uit het grote netwerk van Triodos en Fondaction die het land beheren en later de mogelijkheid krijgen het over te nemen.
De overstap van conventionele naar regeneratieve bos- en landbouw vraagt om financiële ondersteuning. Volgens Nierop is een fondsstructuur bij uitstek geschikt om het ontbrekende kapitaal te leveren. “Als je zo’n transitie maakt, heb je vaak twee tot vijf jaar waarin er geen of lage opbrengst is. Banken vinden dat lastig. Wij zien juist de kansen: in impact en in langetermijnrendement.”