Direct naar de content
Dit artikel wordt u aangeboden door Baillie Gifford
De redactie van Pensioen Pro draagt voor deze inhoud geen verantwoordelijkheid.

Het herstel in Azië is begonnen. Wat komt hierna?

Qian Zhang, beleggingsspecialist, Baillie Gifford

Zoals bij elke belegging loopt uw kapitaal risico.

Na de sterke koersontwikkeling van Aziatische aandelen is het begrijpelijk dat beleggers zich een eenvoudige vraag stellen: ben ik te laat?

Volgens ons is het antwoord nee. Maar dat betekent niet dat de volgende fase hetzelfde zal verlopen als de vorige.

Asia ex Japan heeft de omstandigheden die een groot deel van het afgelopen decennium bepaalden inmiddels achter zich gelaten. Een sterke Amerikaanse dollar, forse monetaire verkrapping en de neergang van de Chinese vastgoedmarkt zorgden de afgelopen jaren voor een uitdagend klimaat. Meer recent zijn sommige van deze tegenwinden afgenomen, terwijl de winstgroei in veel delen van de regio is aangetrokken.

De technologiesector in Noord-Azië heeft daar het duidelijkst van geprofiteerd.

De vraag naar infrastructuur voor kunstmatige intelligentie (AI) heeft aandelen van halfgeleider- en geheugenproducenten sterk doen stijgen. In Zuid-Korea en Taiwan zijn de winstverwachtingen aanzienlijk naar boven bijgesteld en zijn de aandelenkoersen fors opgelopen. Het is verleidelijk om aan te nemen dat zo’n sterke stijging te ver is doorgeschoten.

Volgens ons is de belangrijkere vraag echter of de onderliggende economische dynamiek is veranderd.

High-bandwidth memory (HBM) is bijvoorbeeld een belangrijk knelpunt geworden binnen AI-computing. De expertise en productiecapaciteit die nodig zijn om HBM op grote schaal te produceren, zijn geconcentreerd bij een klein aantal bedrijven. Bovendien is HBM veel meer op specifieke toepassingen afgestemd en daardoor minder uitwisselbaar dan traditionele geheugenchips, die meer het karakter van een bulkproduct hebben. Tegelijkertijd blijft de vraag toenemen, omdat steeds krachtigere processors en de bredere toepassing van AI steeds grotere hoeveelheden geheugen vereisen.

Dat betekent niet dat de sector zonder risico is. Halfgeleiders blijven cyclisch, de verwachtingen zijn opgelopen en de investeringen in AI zullen niet in een rechte lijn blijven stijgen. Een verstandige reactie is echter niet noodzakelijkerwijs om de winnaars volledig achter zich te laten. Het gaat erom onderscheid te maken tussen enthousiasme in de aandelenkoers en daadwerkelijk winstpotentieel.

De sterke AI-cyclus heeft daarnaast een andere uitdaging met zich meegebracht: concentratie.

Een relatief kleine groep halfgeleiderbedrijven was verantwoordelijk voor een groot deel van het recente rendement op de Aziatische aandelenmarkten. Voor langetermijnbeleggers maakt dit diversificatie des te belangrijker.

En juist daar wordt de volgende fase bijzonder interessant.

China ontwikkelt bijvoorbeeld een veel breder binnenlands technologie-ecosysteem dan vaak uit het gangbare marktbeeld naar voren komt. Naast de grote internetplatforms ontstaan bedrijven op het gebied van binnenlandse AI-modellen, analoge chips, apparatuur voor de halfgeleiderindustrie en geavanceerde productie.

De kans ligt niet alleen in het feit dat China meer zal investeren in AI en hardware. Het land bouwt zelf een onafhankelijke technologieketen op.

Een vergelijkbare ontwikkeling zien we mogelijk op het gebied van fysieke AI en robotica. Het eerdere succes van China met elektrische voertuigen was het resultaat van een krachtige combinatie van beleidsondersteuning, concurrerende kosten dankzij diep geïntegreerde toeleveringsketens en een zeer grote binnenlandse afzetmarkt. Veel van deze factoren kunnen ook de ontwikkeling van de roboticasector ondersteunen.

Buiten de technologiesector ontstaan daarnaast kansen in wat we de ’tastbare’ kant van de wereldeconomie zouden kunnen noemen.

AI-datacenters verbruiken enorme hoeveelheden energie. Elektrificatie vraagt om koper, batterijen en investeringen in elektriciteitsnetwerken. Tegelijkertijd zorgt geopolitieke onzekerheid voor meer aandacht voor energiezekerheid en de weerbaarheid van infrastructuur.

Azië is op deze terreinen bijzonder goed vertegenwoordigd, van Chinese batterijproducenten en mijnbouwbedrijven tot Koreaanse engineeringbedrijven.

Vanuit portefeuilleperspectief is dit relevant, omdat de koersontwikkeling van deze ondernemingen niet noodzakelijkerwijs gelijk opgaat met die van halfgeleideraandelen.

India biedt een andere les.

Het structurele groeiverhaal van het land blijft zeer aantrekkelijk, ondersteund door stijgende inkomens, verdere ontwikkeling van het financiële stelsel en de formalisering van de economie. Maar sterke groei hoeft geen goede belegging te zijn als te veel optimisme al in de koers is verwerkt.

Daarom is selectiviteit belangrijk. De meest veelbelovende economie is niet automatisch op elk moment in de cyclus ook de aantrekkelijkste aandelenmarkt.

Dat is wellicht de bredere boodschap voor Asia ex Japan op dit moment.

De regio laat zich niet als één geheel benaderen. Korea en Taiwan worden gedreven door AI en de winstontwikkeling in de halfgeleidersector. China biedt een combinatie van technologische vooruitgang, binnenlandse consumptie en aantrekkelijke waarderingen. India kent een sterke structurele groei, maar een zorgvuldige selectie is essentieel. Zuidoost-Azië kent weer zijn eigen kansen en uitdagingen.

Die verschillen zijn belangrijk.

In de volgende fase van het herstel in Azië zal het waarschijnlijk niet simpelweg gaan om het verder vergroten van de blootstelling aan de bedrijven die de eerste fase hebben aangevoerd. Beleggers zullen posities moeten aanhouden waar de fundamentele ontwikkelingen hun overtuiging blijven ondersteunen, winst moeten nemen wanneer de verwachtingen te hoog oplopen en kapitaal moeten verschuiven naar nieuwe, minder gecorreleerde bronnen van groei.

Zijn beleggers dus te laat voor Azië?

Volgens ons niet.

De interessantere vraag is of portefeuilles zijn gepositioneerd voor wat hierna komt.

Belangrijke informatie

Dit artikel vormt geen onafhankelijk onderzoek en valt niet onder de bescherming van onafhankelijk onderzoek. Baillie Gifford en haar medewerkers hebben mogelijk gehandeld in de betreffende beleggingen. De geuite meningen zijn geen feitelijke verklaringen en mogen niet worden beschouwd als advies of een aanbeveling om een bepaalde belegging te kopen, verkopen of aan te houden.

Baillie Gifford Investment Management (Europe) Ltd (BGE) is door de Centrale Bank van Ierland erkend als een AIFM onder de AIFM-verordeningen en als een icbe-beheermaatschappij in het kader van de icbe-verordening. BGE beschikt ook over wettelijke machtiging om individuele portefeuillebeheeractiviteiten uit te voeren. BGE biedt beleggingsbeheer- en adviesdiensten aan Europese (exclusief Britse) gesegregeerde klanten. BGE is aangesteld als icbe-beheermaatschappij voor de volgende icbe-paraplumaatschappij: Baillie Gifford Worldwide Funds plc. BGE is een volledige dochteronderneming van Baillie Gifford Overseas Limited, die volledig in handen is van Baillie Gifford & Co. Baillie Gifford Overseas Limited, en Baillie Gifford & Co zijn geautoriseerd en gereguleerd in het VK door de Financial Conduct Authority.