EIOPA ziet een robuuste sector in een complexe wereld

In het Financial Stability Report van juni 2026 van EIOPA (European Insurance and Occupational Pensions Authority), worden geopolitieke spanningen, klimaatverandering, cyberdreigingen, private credit, overheidsschulden en marktvolatiliteit zoals te verwachten genoemd als relevante risico’s. Het zijn deze onderwerpen die de afgelopen jaren steevast op de radar van toezichthouders hebben gestaan. Ondanks deze significante dreigingen is de stabiliteit van de pensioen- en verzekeringssector in de ogen van EIOPA vooralsnog robuust. De financiële positie van Europese verzekeraars en pensioeninstellingen lijkt zelfs sterker dan enkele jaren geleden, ondanks de toenemende complexiteit om hen heen.
Dat was enkele jaren geleden minder vanzelfsprekend. In de periode van extreem lage rente stonden levensverzekeraars onder druk. De winstgevendheid was een terugkerend aandachtspunt en de vraag rees regelmatig of bepaalde businessmodellen op langere termijn houdbaar waren. In het huidige rapport klinkt een ander geluid. Hogere rentevoeten ondersteunen de beleggingsresultaten, de winstgevendheid van verzekeraars is verbeterd, liquiditeitsposities worden als sterk beoordeeld en solvabiliteitsratio’s bevinden zich over het algemeen ruim boven de wettelijke minimumvereisten. Illustratief: de mediane Solvency Capital Requirement (SCR)-ratio van levensverzekeraars steeg eind 2025 naar 247%, tegen circa 230% een jaar eerder. Dit is op zich weinig verrassend en al jaren een constante in EIOPA-rapporten, ook in de periode dat de sector onder druk stond door de lage rente.
Verschuiving naar het grote plaatje
Dat betekent echter niet dat alle zorgen zijn verdwenen. Een van de meest interessante observaties uit het rapport is dat de aard van de risico’s waarvoor toezichthouders de sector trachten te behoeden, lijkt te verschuiven. Waar vroeger vooral werd gekeken naar traditionele verzekeringsrisico’s, ligt de aandacht nu steeds meer bij systeemrisico’s. Het aandachtsgebied lijkt daarmee te worden uitgebreid naar geopolitieke fragmentatie, private credit, niet-bancaire financiële instellingen en de verwevenheid tussen verschillende onderdelen van het financiële stelsel.
Die verschuiving is ook zichtbaar in de discussie over liquiditeit. EIOPA concludeert dat de liquiditeitspositie van verzekeraars en pensioeninstellingen momenteel sterk is. Tegelijkertijd constateert de toezichthouder dat veel instellingen hun allocaties naar alternatieve en minder liquide beleggingen hebben uitgebreid. Denk daarbij aan private credit, infrastructuur, hypotheken, private equity en andere langlopende investeringen. Dat hoeft niet problematisch te zijn. Verzekeraars en pensioenfondsen hebben immers veelal voorspelbare verplichtingen met een lange horizon.
De zorg van EIOPA richt zich dan ook niet primair op de huidige situatie, maar op de vraag hoe deze portefeuilles zich gedragen onder stress. Minder liquide beleggingscategorieën brengen uitdagingen met zich mee op het gebied van waardering en verhandelbaarheid. Daarbij valt op dat de conclusie over liquiditeit vooral een foto van de huidige positie lijkt te zijn. In toekomstige stressscenario’s bepaalt juist de combinatie van waarderingsonzekerheid en beperkte verhandelbaarheid hoe robuust de liquiditeitspositie werkelijk is. Vooral private credit krijgt daarom veel aandacht in het rapport. De blootstellingen van Europese verzekeraars zijn volgens EIOPA nog relatief beperkt (circa 514 miljard euro aan private debt, pensioenfondsen: 128 miljard euro), maar de snelle groei van deze markt rechtvaardigt volgens de toezichthouder extra aandacht.
Voor de Nederlandse praktijk verdient één verdieping uit het rapport aparte vermelding: EIOPA staat uitgebreid stil bij de transitie van het Nederlandse pensioenstelsel naar premieregelingen en de gevolgen daarvan voor beleggingsstrategieën, renteafdekking en marktdynamiek. Juist in combinatie met de toegenomen allocatie naar minder liquide beleggingen raakt dit direct aan de liquiditeitsvraag: aanpassingen in de afdekkingsportefeuille kunnen onder stress tot margin calls leiden, terwijl een groter deel van de portefeuille niet snel verkoopbaar is.
Destabiliserende factoren over één kam
Nog een opvallende ontwikkeling is de prominente plaats die geopolitiek inmiddels inneemt in het denken over financiële stabiliteit. Waar dergelijke onderwerpen vroeger vaak in een afzonderlijk hoofdstuk werden behandeld, vormen zij nu een rode draad door het gehele rapport. De situatie in het Midden-Oosten, energievoorzieningsrisico’s, handelsbarrières en toenemende geo-economische fragmentatie worden expliciet besproken als factoren die de toekomstige stabiliteit van de financiële sector kunnen beïnvloeden.
Daarbij valt op dat het rapport weinig differentieert tussen deze risico’s: geopolitiek, AI, private credit en klimaat worden grotendeels naast elkaar gepresenteerd, zonder duidelijke weging welk risico op korte termijn het meest materieel is. Deze weging verschilt per instelling en zou voor individuele verzekeraars en pensioenfondsen aanleiding moeten zijn om deze generieke risico-opsomming te vertalen naar de eigen portefeuille: welke van deze systeemrisico’s wegen voor uw instelling het zwaarst, en is die inschatting expliciet gemaakt in het eigen risicomanagement?
Ook technologie krijgt een andere invulling dan voorheen. Cyberrisico staat al jaren op de agenda van toezichthouders, maar EIOPA beschouwt de opkomst van kunstmatige intelligentie nu nadrukkelijk als een financieel-stabiliteitsvraagstuk. Niet alleen vanwege de kansen die AI biedt voor efficiëntie en risicobeheer, maar ook vanwege de toenemende afhankelijkheid van enkele grote technologieaanbieders en het potentieel voor geavanceerdere cyberaanvallen. Het rapport blijft op dit punt overigens vooral bij de erkenning van het risico. Onduidelijk is of EIOPA al concreet instrumentarium heeft om concentratierisico bij een beperkt aantal technologieaanbieders te mitigeren, of dat toezicht op dit vlak nog in ontwikkeling is.
ECB-stresstests geven een soortgelijk beeld
De Europese Centrale Bank (ECB) voert iedere twee jaar stresstests uit bij 96 banken, waarvan er 51 tot de grootste van Europa behoren. Bij deze tests worden de gezamenlijke verliezen geprojecteerd die zouden ontstaan in een worst-case scenario. In 2025 kwam dit bedrag uit op 628 miljard euro, significant hoger dan de 548 miljard euro die in 2023 werd geraamd. Ondanks dit zwaardere scenario kwamen de banken relatief beter door de test heen dan de vorige keer. Dit wordt door de ECB vooral toegeschreven aan betere winstgevendheid als gevolg van de hogere rente en stabiele activa.
Ook de ECB heeft haar tests vorig jaar uitgebreid met een nieuw scenario gericht op de verwevenheid van de bankensector met andere financiële instellingen en met niet-financiële ondernemingen. Hier werden significante risico’s gesignaleerd, met name via blootstellingen aan financiële instellingen die in de Verenigde Staten zijn gevestigd en aan niet-financiële ondernemingen. Deze testresultaten worden echter nog niet gekoppeld aan specifieke cijfers, ze zijn vooralsnog bedoeld om het gesprek tussen banken en toezichthouders in Europa te voeden.
Weerbaar en vooruitziend
Wat uiteindelijk opvalt, is dat de toon van zowel het EIOPA rapport zowel als de ECB-stresstests minder urgent is dan bij bijvoorbeeld de pandemie, energiecrisis of sterke inflatieschokken. EIOPA schetst geen beeld van een sector die onder acute druk staat, maar een sector die zich moet voorbereiden op toenemende druk en complexiteit. De boodschap is dat de kapitaal- en liquiditeitspositie van verzekeraars en pensioeninstellingen robuust oogt, maar dat de omgeving waarin zij opereren steeds ingewikkelder wordt.
Misschien is dat wel de belangrijkste conclusie van het Financial Stability Report 2026. Niet dat er nieuwe risico’s zijn ontstaan, maar dat EIOPA zich voldoende comfortabel lijkt te voelen met de financiële gezondheid van de sector om haar blik steeds nadrukkelijker te richten op bredere systeemrisico’s. De discussie verschuift daarmee van de vraag of instellingen voldoende buffers hebben naar de vraag welke risico’s zich via het financiële systeem kunnen verspreiden wanneer de volgende schok zich aandient. Hiermee kijken instellingen op een andere manier vooruit dan voorheen. Voor echte weerbaarheid in veranderlijke tijden moet verder langs de keten van oorzaken en gevolgen worden gekeken. De sector lijkt robuuster te zijn geworden, maar de vraag is of dat in voldoende mate is gebeurd om komende schokken op te vangen.
Voor de risicomanager laat deze boodschap zich vertalen naar drie concrete acties.
- Neem geopolitieke fragmentatie en liquiditeit onder stress, inclusief mogelijke margin calls op de renteafdekking, expliciet op in de ORSA of eigenrisicobeoordeling.
- Toets het waarderings- en herwaarderingsbeleid voor private assets op houdbaarheid onder stress.
- Beoordeel het concentratie- en uitbestedingsrisico bij AI- en cloudleveranciers langs de lat van DORA.
Daarmee wordt het rapport meer dan een foto van de sector: het is een agenda voor het eigen risicomanagement.