Direct naar de content
Dit artikel wordt u aangeboden door CBRE Investment Management
De redactie van Pensioen Pro draagt voor deze inhoud geen verantwoordelijkheid.

Blijft Nederland investeerbaar voor woningkapitaal?

Structurele vraag en stabiele kasstromen in een herijkte woningmarkt

Kapitaal voor Nederlandse huurwoningen is niet verdwenen, maar kijkt kritischer naar risico, rendement en regelgeving. De investeringsopgave groeit, terwijl beleggers terughoudender zijn geworden. Daarmee verschuift de vraag naar wat Nederland vandaag nog investeerbaar maakt voor langetermijnkapitaal.

Dit is een artikel van Paul Oremus, Managing Director & Fund Manager en Peter Bretveld, Managing director Client Solutions, beide van CBRE Investment Management (CBRE IM).

Structurele vraag als fundament

De druk op de Nederlandse huurmarkt begint bij een eenvoudig gegeven: er zijn te weinig woningen voor de vraag die er is. Door wijzigingen in fiscaliteit en regelgeving zijn beleggers terughoudender geworden en is het beschikbare aanbod de afgelopen drie jaar met zo’n 50% afgenomen. Tegelijkertijd blijft de nieuwbouwopgave groot.

Die combinatie van schaarste en aanhoudende vraag ondersteunt de investeringscase voor huurwoningen. Huurgroei is niet onbeperkt, maar de onderliggende vraag naar betaalbare en kwalitatieve huurwoningen blijft robuust. Voor langetermijnkapitaal is dat een belangrijk verschil met markten waarin vraag sterker conjunctuurgevoelig is.

Rendementsprofiel verschuift

De investeringscase is dus niet verdwenen maar vooral veranderd. Directe rendementen op Nederlandse huurwoningen liggen van oudsher lager dan die van de commerciële sectoren, waardoor beleggers sterker kijken naar waardegroei en langjarige huurontwikkeling. Dat vraagt om een genuanceerdere beoordeling, waardegroei is minder voorspelbaar dan direct huurinkomen, maar wordt op langere termijn ondersteund door structurele schaarste en huurvraag.

Huurinkomsten hebben historisch een stabieler patroon laten zien dan vastgoedwaarden. Waarderingen kunnen in tijden van crisis fluctueren, maar huurontwikkeling vormt op langere termijn een belangrijke steun onder de waarde van woningportefeuilles. Juist die combinatie van stabiele kasstromen en waardebehoud maakt woningen relevant voor pensioenbeleggers.

Regulering: een stabiliserende factor

Regulering wordt vaak gezien als bedreiging voor woningbeleggingen, maar dat beeld vraagt nuance. De Wet betaalbare huur had bij invoering een grote impact op de markt. Een groter deel van de woningen moest voldoen aan het WWS-kader en daarmee aan voorgeschreven huurprijzen. Inmiddels zijn de belangrijkste effecten daarvan grotendeels in waarderingen verwerkt. Tegelijk bewegen WWS-huren mee met inflatie. Dat biedt enige bescherming van inkomsten, maar begrenst ook de huurgroei. Het resultaat is een relatief laag risicoprofiel.

Voor langetermijnbeleggers is regulering niet per definitie het probleem. Het gaat om voorspelbaarheid: als regels helder zijn, kun je risico’s beter waarderen.

Paul Oremus
Managing Director & Fund Manager CBRE Investment Management

Een tweede voorbeeld is de Wet Nijboer, die de jaarlijkse huurgroei in de vrije sector tijdelijk maximeert tot inflatie of cao-loonontwikkeling plus één procentpunt. Deze maximering geldt tot mei 2029. Bij mutatie blijft ruimte bestaan om huren aan te passen aan de markthuur. Daardoor kan een verschil ontstaan tussen de contractuele huur en de actuele markthuur. Voor beleggers betekent dit minder huurgroei op korte termijn, maar ook een lager risicoprofiel en op termijn ruimte voor geleidelijke huuraanpassing.

Het onderscheid is daarom belangrijk: niet regulering zelf vormt de belangrijkste bedreiging, maar voortdurende wijziging van regelgeving. Juist die onzekerheid verhoogt de risicoperceptie bij beleggers. Nu de belangrijkste regels zijn ingevoerd en het beleidskader duidelijker is, ontstaat voorspelbaarheid in kasstromen en risicoprofiel.

Kapitaal verschuift, investeringsopgave blijft

Dat particuliere en buitenlandse beleggers terughoudender zijn geworden, verandert niets aan de onderliggende investeringsopgave. Integendeel: juist omdat de vraag naar huurwoningen hoog blijft en de nieuwbouw- en verduurzamingsopgave groot is, wordt zichtbaar hoe belangrijk verschillende typen langetermijnkapitaal zijn voor de Nederlandse woningmarkt. Volgens de Nota Ruimte moeten de komende jaren richting 2050 circa 1,65 miljoen woningen worden toegevoegd. Inclusief de verduurzamingsopgave vraagt dat om meer dan €1.000 miljard aan investeringen in de komende vijftien jaar. De opgave is daarmee groter dan de investeringscapaciteit van één kapitaalbron en maakt aanvullend kapitaal, zowel nationaal als internationaal, noodzakelijk.

Voor particuliere beleggers is de optelsom van box 3, hogere financieringslasten en huurregulering zwaarder gaan wegen. Voor buitenlandse beleggers spelen vooral fiscale factoren mee, waaronder beperkingen rond renteaftrek en verschillen in behandeling ten opzichte van Nederlandse pensioenfondsen. Daardoor is Nederland voor sommige kapitaalbronnen minder concurrerend geworden dan andere Europese woningmarkten.

De kernvraag is daarom niet alleen waarom kapitaal verschuift, maar hoe Nederland investeerbaar blijft voor langetermijnkapitaal. Dat vraagt om voorspelbare regelgeving, een concurrerende fiscale behandeling en een helder risico-rendementsprofiel.

Nederland investeerbaar houden

In een markt waarin buitenlands en particulier kapitaal terughoudender is geworden, blijven Nederlandse pensioenfondsen een belangrijke kapitaalbron voor huurwoningen. Dat komt door hun lange beleggingshorizon, de behoefte aan stabiele kasstromen en de maatschappelijke relevantie van woningbeleggingen.

Ook fiscaal kan dit profiel beter aansluiten bij pensioenfondsen dan bij veel particuliere of sommige buitenlandse beleggers. Zij hebben geen box 3-problematiek en kunnen, afhankelijk van structuur en fiscale positie, minder geraakt worden door belastingdruk die particuliere en sommige internationale beleggers ontmoedigt. In combinatie met een lange horizon maakt dat gereguleerde huurwoningen voor pensioenfondsen een goede aanvulling zijn binnen de portefeuille.

Nederlandse pensioenfondsen blijven een belangrijke kapitaalbron voor de woningmarkt, maar zij kunnen de opgave niet alleen dragen. Als Nederland voldoende voorspelbaar en concurrerend blijft, kan ook aanvullend internationaal kapitaal weer een grotere rol spelen.

Peter Bretveld
Senior Director Client Solutions, CBRE Investment Management

Pensioenfondsen blijven daarmee een belangrijke, maar niet de enige kapitaalbron. Voor de totale investeringsopgave is aanvullend kapitaal nodig, ook van internationale beleggers. Voorwaarde is wel dat Nederland voor dat kapitaal voldoende voorspelbaar en concurrerend blijft.

Van vanzelfsprekendheid naar voorwaarden

Nederlandse huurwoningen blijven relevant voor langetermijnkapitaal, maar de investeringscase is herijkt. Het gaat om voorspelbaarheid, duidelijke regelgeving en een scherp begrip van risico. Voor pensioenfondsen is dat profiel aantrekkelijk, omdat stabiele kasstromen en beheersbare risico’s zwaar wegen.

De waarde van de Nederlandse woningmarkt zit daarmee in de combinatie van structurele vraag, voorspelbare regulering en een laag risicoprofiel. Onder die voorwaarden blijven Nederlandse woningen een zeer aantrekkelijke investering voor institutioneel kapitaal.