Triodos IM breekt lans voor impact op publieke markten

Impactbeleggen staat stevig op de agenda van Nederlandse pensioenfondsen. De ontwikkeling en uitvoering van een strategie vergt echter omdenken, stellen Hadewych Kuiper en Ronald Waals van Triodos Investment Management. Zo moet volgens hen de mythe worden ontkracht dat je impact alleen via private assets kunt realiseren. “Ook publieke markten bieden veel impactpotentieel. Sterker nog: wil je verandering versnellen dan kun je niet om grote beursgenoteerde bedrijven heen.”
Veel pensioenfondsen zijn bereid om in impactbeleggen betekenisvolle stappen te zetten. Dat bleek onlangs nog uit de beslissing van PFZW om ruim 14 miljard euro aan belegd vermogen weg te halen bij een grote Amerikaanse vermogensbeheerder om het elders duurzamer in te zetten. Maar hoe en waar ga je duurzamer beleggen?
De discussie bij impactbeleggen draait vaak om additionaliteit: maak je als belegger aantoonbaar verschil? In private markten is dat relatief eenvoudig. Zonder een lening of investering komt een project zoals een windpark of microfinanciering meestal niet van de grond. In publieke markten ligt dat anders: een aandeel kopen op de beurs creëert op zichzelf geen nieuwe impact-capaciteit of oplossing. Zonder uitgifte van aandelen is van financiële additionaliteit dus geen sprake.
Toch is het veel te kort door de bocht om de publieke markt af te schrijven. “De mythe dat er geen impact mogelijk is met beursgenoteerde bedrijven moeten we echt doorprikken. Met scherpe selectiecriteria, een heldere benchmark en actief aandeelhouderschap kun je wel degelijk additioneel zijn. Juist omdat de producten en diensten van grote ondernemingen zoveel invloed hebben. Met alleen private markten redden we het niet”, aldus Managing Director Hadewych Kuiper.
Impact door engagement
Engagement is cruciaal om impact te behalen. Kuiper: “Het kopen van een aandeel biedt op zich inderdaad geen additionaliteit. Maar als investeerder kun je door dialoog, het eisen van verbeteringen en desnoods escalatie, een behoorlijk verschil maken. Dat blijkt ook uit onze ervaring.”
DNB vraagt steeds nadrukkelijker naar indicatoren voor klimaat-, natuur- en sociale risico’s. Zelfs bij een brede index krijg je die vragen op je bord. Dan snijdt het hout om te gaan beleggen in bedrijven die goed op deze risico’s voorbereid zijn.
Om haar punt kracht bij te zetten noemt Kuiper de activiteiten van Triodos IM op het gebied van kinderwelzijn, gebaseerd op onder meer het met UNICEF ontwikkelde ‘Child Lens Framework’. “Het welzijn van kinderen hangt sterk samen met de flexibiliteit die werkgevers bieden aan ouders. Daarom voeren wij gesprekken over familievriendelijk beleid bij ondernemingen, bijvoorbeeld over kinderopvang op werk. Zo bereik je haalbare en concrete impact.”
Impactvol beleggen betekent ook dat bedrijven soms buiten de boot vallen, stelt Ronald Waals, Business Development Manager Institutional Markets. “Neem Tesla. Dat bedrijf draagt duidelijk bij aan de energietransitie, maar onder andere door de omgang met werknemers en vakbonden voldoet het niet aan onze sociale criteria. Dan valt het af. Impact gaat om het totaalplaatje.”
Actieve selectie en uitsluiting
Kuiper stelt dat een Theory of Change (ToC) een handig hulpmiddel kan zijn voor fondsen die werken aan de implementatie van een impactstrategie. “In dit schema leg je vast welk probleem je wilt aanpakken, welke activiteiten je daarvoor onderneemt en welke impact je ervan verwacht. Dat klinkt theoretisch, maar het dwingt tot concrete keuzes en maakt verantwoording mogelijk.”
Die vertaalslag moet vervolgens leiden tot harde criteria. “Een lijst met uitsluitingen is nog geen impact,” zegt Kuiper. “Je moet actief selecteren op basis van harde criteria én uitsluiten. Maar je ziet de ToC ook terug in de uiteindelijke beleggingsportefeuille: een beperkt aantal namen en een relatief lage turnover. Het verschil zit uiteindelijk in de dagelijkse beleggingsbeslissingen die je maakt, niet alleen op basis van risk en return maar ook van impact.”
Een geloofwaardige impactstrategie vraagt bovendien om een stevig meetsysteem. “Impact is dynamisch,” aldus Kuiper. “Wat vandaag duurzaam is, kan morgen achterhaald zijn. Je hebt een zogeheten impact management cycle nodig: strategie, meting, evaluatie en bijsturing. Alleen zo blijf je relevant en actueel.”
Fixatie op relatieve performance
Waals ziet dat pensioenfondsen tegen uitdagingen aanlopen als ze de stap van impactvisie naar strategie willen zetten. Een belangrijk knelpunt is de focus op relatieve rendementen ten opzichte van de grote brede indices. Veel besturen wijken niet graag af van zo’n brede index, om kritische vragen over tracking error en performance te vermijden.
Het mooie is dat bedrijven die oplossingen bieden, vaak ook hun eigen risico’s op dit gebied beter beheersen. Duurzaam beleggen loont dus dubbel: je realiseert impact én je beperkt je risicoblootstelling.
Waals plaatst daarbij de kanttekening dat je voor een impactportefeuille beter kunt kiezen voor een ‘impact-index’. “Het doel van een benchmark is immers om de prestatie van de manager te meten. Als het je doelstelling is impact te maken, dan hoort dat toch op basis te zijn van een daarop gebaseerde benchmark?” Triodos IM ontwikkelde daartoe een Global Impact Benchmark. Alleen bedrijven die minimaal 25% van hun omzet uit SDG-gerelateerde activiteiten halen, zijn opgenomen. “Dat universum laat 65% positieve impact zien, tegen 25% in de MSCI World,” zegt Waals.
Hij voegt daaraan toe dat het uiteindelijk gaat om het absolute rendement dat je realiseert, in verhouding tot de doelstellingen. “Een wereldwijde impactportefeuille kan gemiddeld 7% opleveren, met een tracking error van 5. Is dat nu werkelijk zoveel anders dan een private debt-allocatie die 5% boven euribor oplevert?”
Duurzaamheidsrisico’s gelden voor iedereen
Waals geeft ten slotte aan dat alle pensioenfondsen uiteindelijk te maken zullen krijgen met duurzaamheidsrisico’s. Ook fondsen zonder expliciete impactportefeuille zullen uiteindelijk moeten aantonen hoe weerbaar hun portefeuilles hiertegen zijn.