Direct naar de content
Dit artikel wordt u aangeboden door Triodos Investment Management
De redactie van Pensioen Pro draagt voor deze inhoud geen verantwoordelijkheid.

“De energietransitie draait inmiddels om meer dan klimaat alleen”

De energietransitie is een antwoord op klimaatverandering, maar Sonja de Ruiter, hoofd fondsmanagement bij Triodos Investment Management, trekt het verhaal veel breder.  “De kern van de energietransitie is niet langer alleen een klimaatverhaal, maar het optuigen van een totaal nieuw energiesysteem, met impact op de Europese economie, onafhankelijkheid en veiligheid.”

Deze verschuiving in perspectief maakt de energietransitie volgens De Ruiter nog relevanter voor pensioenfondsen. Klimaat blijft een belangrijke drijfveer, maar de afgelopen jaren zijn er nieuwe argumenten bijgekomen om in de transitie te investeren. “De energiecrisis na de Russische inval in Oekraïne, oplopende geopolitieke spanningen en zorgen over de concurrentiekracht van Europa hebben duidelijk gemaakt dat energie niet alleen een duurzaamheidsvraagstuk is, maar ook een economische en strategische factor”, stelt De Ruiter.

Daarmee ontwikkelt de energietransitie zich steeds meer tot een systeemtransitie die de inrichting van de Europese economie decennialang zal bepalen. Voor langetermijnbeleggers betekent dat niet alleen nieuwe maatschappelijke verantwoordelijkheden, maar ook een hele reeks nieuwe investeringskansen.

Grote investeringen zijn nodig   

De Ruiter: “De energietransitie heeft in Europa 800 miljard euro per jaar aan investeringen nodig. Een immens bedrag, maar de kosten van vertraging lopen op. Tegelijkertijd is er in 2022 in Europa naar schatting 600 miljard gecompenseerd aan consumenten en bedrijven om de stijging van de energieprijzen te compenseren. In plaats van dergelijke dure pleisters te blijven plakken, kunnen we beter investeren in een toekomstbestendig energiesysteem.”

Zullen de hoge investeringen beleggers niet afschrikken? De Ruiter schudt haar hoofd. “Het gaat om fysieke activa met een lange levensduur, stabiele kasstromen, een goed rendement en een investeringshorizon die goed aansluit bij de verplichtingen en de maatschappelijke rol van bijvoorbeeld pensioenfondsen. In dat licht zijn pensioenfondsen eigenlijk een natuurlijke langetermijnkapitaalverstrekker voor dit type infrastructuur.”

Een ingrijpende transformatie van het energiesysteem

Volgens De Ruiter wordt de energietransitie nog te vaak gezien als een simpele vervanging van fossiele brandstoffen door duurzame energie. In werkelijkheid vindt een veel fundamentelere verandering plaats. “We bouwen weliswaar niet een volledig nieuw systeem vanaf nul, maar transformeren het bestaande energiesysteem stap voor stap naar een veel decentraler en flexibeler model”

Het traditionele energiesysteem is gebaseerd op een beperkt aantal grote producenten die energie centraal opwekken en aan consumenten distribueren. Het systeem dat daarvoor in de plaats komt, ziet er volgens De Ruiter fundamenteel anders uit. “Je hebt straks niet meer een aantal grote partijen die de markt en daarmee de energieprijs grotendeels bepalen, maar heel veel kleine partijen. Het is een multilayered, decentraal energiesysteem, met bijvoorbeeld lokale energieopwekking en energieopslag. Dat vraagt om andere oplossingen en een andere manier van financiering.”

Europa bevindt zich momenteel midden in de overgangsfase. Veel duurzame opwekcapaciteit is de afgelopen jaren toegevoegd aan een netwerk dat oorspronkelijk niet was ontworpen voor een dergelijke hoeveelheid variabele elektriciteitsproductie. Dat leidt tot knelpunten, waarbij netcongestie de bekendste is.

Netcongestie vraagt om flexibele oplossingen

Na grote, succesvolle investeringen in de opwekking van duurzame energie is de focus daarom verschoven naar de flexibilisering van het energiesysteem, stelt De Ruiter.  “We hebben de afgelopen jaren hard ingezet op opwekking en die energie vervolgens toegevoegd aan het oude systeem, dat daarvoor niet gemaakt is. Met als logisch gevolg dat je netcongestie krijgt”

Oplossingen daarvoor trekken steeds meer investeringen aan, stelt De Ruiter. Steeds vaker ontstaan bijvoorbeeld initiatieven waarbij bedrijven rechtstreeks worden verbonden met lokale energiebronnen. Ook batterijopslag krijgt een grotere rol. Niet alleen om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen, maar ook om het energiesysteem als geheel flexibeler te maken.

Waar de eerste fase van de energietransitie vooral draaide om het bouwen van wind- en zonneparken, verschuift de aandacht steeds meer naar de vraag hoe duurzame energie efficiënt kan worden opgeslagen, verdeeld en ingezet.

Batterijen

Met name in batterijopslag wordt er veel vooruitgang geboekt. “We begonnen vijf jaar geleden met batterijopstellingen van 10 megawatt en nu zijn er al batterijen van 300 megawatt, waar ook institutionele partijen in stappen. De financieringsstructuren worden volwassener, en dit zijn inmiddels bewezen en schaalbare technologieën die het verschil kunnen maken.”

Daarnaast ontstaan nieuwe kansen in lokale energiehubs, achter-de-meter-oplossingen en systemen die verschillende energietechnologieën met elkaar verbinden. Voor pensioenfondsen zijn dat interessante ontwikkelingen, omdat veel van deze projecten langdurige investeringen vragen en gebaseerd zijn op fysieke infrastructuur met een lange levensduur, meent De Ruiter.

De volgende fase: warmte

De Ruiter ziet na opwekking en flexibilisering een derde ontwikkelingsrichting ontstaan: de verduurzaming van industrieel warmtegebruik. Veel aandacht gaat momenteel uit naar de elektrificatie van industriële processen, terwijl een groot deel van de industriële uitstoot juist samenhangt met het gebruik van warmte.

Volgens De Ruiter ontstaan ook daar nieuwe investeringsmogelijkheden. Warmteopslag, thermische batterijen en ‘power-to-heat’ kunnen de industrie helpen de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen. De technologie is er; de volgende stap is het ontwikkelen van schaalbare businessmodellen en voldoende zicht op langjarige inkomstenstromen. Dan kunnen deze oplossingen ook op grotere schaal worden gefinancierd.

Weerbaarheid als nieuwe drijfveer

Van de politieke tegenwind uit de VS ligt De Ruiter niet wakker. De energietransitie gaat wellicht met horten en stoten, maar is onomkeerbaar omdat duurzame energie ook in de VS economisch hout snijdt. In Europa lijkt de energietransitie inmiddels zelfs onvermijdelijk, gedreven door grote economische en politieke krachten.

 De energiecrisis na de Russische inval in Oekraïne maakte al duidelijk hoe kwetsbaar Europa is wanneer het afhankelijk blijft van externe energiebronnen. De recente spanningen op de energiemarkten als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten hebben dat besef verder versterkt.

Volgens De Ruiter gaat de discussie daarom steeds vaker over economische weerbaarheid, prijsstabiliteit en strategische autonomie. Daarbij komt ook steeds vaker de rol van pensioenfondsen als langetermijninvesteerders in beeld.

Sluiten deze thema’s niet aan bij hun maatschappelijke rol? Bij de sociale impact die fondsen nastreven? Energie vormt immers de basis van vrijwel alle economische activiteit. Een betaalbare, betrouwbare en grotendeels onafhankelijke energievoorziening is strategisch en maatschappelijk van belang voor Europese democratieën. De Ruiter: “Hoe zorg je ervoor dat we welvarend blijven en dus controle hebben over een belangrijke factor van die welvaart, namelijk de energieprijs?”