Direct naar de content
Dit artikel wordt u aangeboden door Triodos Investment Management
De redactie van Pensioen Pro draagt voor deze inhoud geen verantwoordelijkheid.

De 10% doelstelling: hoe impactbeleggen terrein wint bij institutionele beleggers

De Netherlands Advisory Board on Impact Investing (NAB) legt de lat hoger. Met een ambitieuze, vrijwillige doelstelling roept de NAB Nederlandse institutionele beleggers op om ten minste 10% van hun beheerd vermogen (AUM) toe te wijzen aan impactbeleggingen. Laure Wessemius-Chibrac, Managing Director van de NAB, en Hadewych Kuiper, Managing Director bij Triodos Investment Management gaan in op de gedachte achter deze doelstelling, de voortgang tot nu toe en wat er nog nodig is om meer kapitaal te laten stromen naar beleggingen die naast financieel rendement ook meetbare maatschappelijke en ecologische resultaten nastreven.

Hoe de 10%-doelstelling tot stand kwam
De 10%-doelstelling voor impactbeleggingen vraagt om een andere kijk op de rol van kapitaal bij urgente wereldwijde uitdagingen. Tegelijk laat deze doelstelling zien dat impactbeleggingen ook een concurrerend rendement kunnen opleveren. De aanleiding is helder: voor de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties is naar schatting jaarlijks USD 4 biljoen nodig. Dat is veel meer dan met publieke middelen alleen kan worden opgebracht. Privaat kapitaal moet daarom een grotere rol spelen. Toch maken impactbeleggingen nog altijd maar een klein deel uit van institutionele portefeuilles.

Met deze doelstelling wil de NAB die kloof verkleinen. Het doel is om de huidige allocatie van 4 tot 6% te laten groeien naar een hoger niveau. Laure Wessemius-Chibrac legt uit hoe deze doelstelling is ontstaan: “We begonnen met marktonderzoek naar de stand van zaken op de markt voor impactbeleggen. Van het totale beheerde vermogen werd ergens tussen de 4 en 6% aan impactbeleggingen toegewezen. Ons bestuur vond het een goed idee om niet alleen de resultaten te presenteren, maar ook een richtsnoer te geven: waar zouden we in een ideale wereld moeten staan? We vonden allemaal dat een verdubbeling van de markt binnen vijf jaar een realistische ambitie was.”

De keuze voor 10% was niet willekeurig. Enkele van de meest vooruitstrevende institutionele beleggers zaten al op of boven dat niveau. Met een duidelijke benchmark wilde de NAB het gesprek in bestuurskamers op gang brengen en impactbeleggen van een nicheonderwerp naar een vaste plek op de agenda brengen. Hadewych Kuiper herinnert zich dat moment zo: “We wilden echt dat dit onderwerp op de agenda van pensioenfondsbesturen zou komen. Een duidelijke maar uitdagende doelstelling kon dat gesprek stimuleren – en dat is gelukt.”

Kapitaal en maatschappelijke doelen verbinden
Impactbeleggen rust op drie principes: intentionaliteit, meetbaarheid en financieel rendement. Anders dan bij traditioneel beleggen gaat het niet alleen om financiële prestaties. Het doel is ook om bewust bij te dragen aan positieve maatschappelijke of ecologische resultaten, naast een concurrerend rendement. Die dubbele doelstelling wordt niet alleen steeds vaker gezien als een morele keuze, maar ook als een financiële noodzaak. Wessemius-Chibrac zegt daarover: “Impact is een positieve verandering of transitie, naast financieel rendement. De onderliggende belegging moet bijdragen aan een oplossing voor mens of planeet.”

De 10%-doelstelling is bedoeld om die ontwikkeling te versnellen. Het is geen wettelijke verplichting, maar een vrijwillige ambitie. Daarmee wil de NAB institutionele beleggers aanmoedigen om opnieuw naar hun portefeuilles te kijken. De doelstelling is ambitieus, maar ook praktisch. Ze sluit aan bij de realiteit van de markt én bij de noodzaak van systeemverandering. Meerdere Nederlandse institutionele beleggers hebben zich inmiddels aan de doelstelling verbonden. Andere partijen hebben al miljarden toegewezen aan impactbeleggingen, zonder de 10%-doelstelling formeel te onderschrijven. Deze toezeggingen gaan om meer dan alleen een percentage. Ze laten zien dat steeds meer beleggers impactbeleggen niet zien als iets dat op gespannen voet staat met fiduciaire verantwoordelijkheid, maar juist als iets dat daar goed bij past. Kuiper zegt het zo: “Deze partijen zien geen tegenstelling tussen rendementseisen en impactdoelstellingen. Ze zijn ervan overtuigd dat die hand in hand gaan.”

Belemmeringen voor opschaling: cultuur, standaardisatie en aanbod
Ondanks het momentum rond de 10%-doelstelling zijn er nog duidelijke belemmeringen. Die verschillen per instelling, beleggingscategorie en regio. Toch komen een paar thema’s steeds terug.

Een van de meest hardnekkige obstakels is culturele weerstand binnen financiële instellingen. De sector staat bekend als risicomijdend en verandert vaak langzaam. Wessemius-Chibrac zegt daarover: “De financiële sector staat niet bekend om zijn veranderings- en innovatiebereidheid. De meeste pensioenfondsen, vooral op het niveau van het middenmanagement, hebben het financiële vak altijd op dezelfde manier beoefend en zijn terughoudend om andere mandaten of risicoprofielen voor te stellen.”

Daar komt bij dat er binnen impactbeleggen nog te weinig standaardisatie is. Voor traditionele beleggingscategorieën bestaan breed geaccepteerde kaders om financiële resultaten te meten en te rapporteren. Voor impact is dat nog volop in ontwikkeling. Ook lopen definities sterk uiteen. Dat zorgt bij beleggers voor verwarring en terughoudendheid. Wessemius-Chibrac: “Impactbeleggen is jonger dan traditioneel beleggen, dus er is behoefte aan standaardisatie. Er is veel informatie beschikbaar, maar die is vaak inconsistent en veroorzaakt verwarring. Verschillende tinten groen, sociaal of impact – daarom hebben we duidelijkere kaders nodig.”

Een andere belangrijke uitdaging is het beeld dat er te weinig belegbare mogelijkheden zijn. Veel institutionele beleggers vinden het lastig om impactbeleggingen te vinden die passen bij hun eisen voor risico en rendement, vooral in bepaalde sectoren of regio’s. Kuiper erkent dat, maar plaatst er ook een kanttekening bij: “Als je alleen naar een nauw afgebakend gebied kijkt, zoals betaalbare huisvesting in Nederland, kunnen de mogelijkheden beperkt lijken. Maar als je over verschillende beleggingscategorieën heen kijkt, waaronder beursgenoteerde aandelen en obligaties, worden impactallocaties veel haalbaarder.”

Het opbouwen van voldoende aanbod is vooral lastig in sectoren als natuur en biodiversiteit. Daar zijn belegbare projecten nog in opkomst. Kuiper zegt dat Triodos actief werkt aan oplossingen: “Voor thema’s als biodiversiteitsverlies blijft het lastig om kapitaal in beweging te krijgen, omdat er onvoldoende pijplijn is. Vermogensbeheerders moeten die leemte opvullen door belegbare mogelijkheden voor grotere instellingen te ontwikkelen.”

De specifieke uitdagingen van opkomende markten
Opkomende markten hebben hun eigen uitdagingen. Juist in deze regio’s zijn de sociale en ecologische opgaven vaak groot. Toch zien veel institutionele beleggers deze markten nog altijd als risicovol. Wessemius-Chibrac wijst daarbij op de invloed van kredietbeoordelaars: “De Global Emerging Market Risk Database (GEMS) laat zien dat het werkelijke risico – gemeten aan de hand van wanbetalingen – vaak lager is dan kredietbeoordelaars op basis van landenratings suggereren. Deze discrepantie vormt een aanzienlijke belemmering.”

Blended finance kan helpen om die risico’s te verkleinen. Daarbij wordt publiek of filantropisch kapitaal gecombineerd met private investeringen. Volgens Wessemius-Chibrac kan deze aanpak beleggingen in opkomende markten helpen opschalen: “Blended-financestructuren kunnen beleggingen in opkomende markten opschalen door de risico’s ervan te verlagen. Deze structuren kunnen grootschalig institutioneel kapitaal mobiliseren.”

Waarom Nederland vooroploopt
Nederland heeft een sterke positie opgebouwd in impactbeleggen. Verschillende institutionele beleggers hebben zich al verbonden aan de 10%-doelstelling. Dat is geen toeval. Het komt door een combinatie van regelgeving, een open houding ten opzichte van nieuwe benaderingen en een lange traditie van verantwoord beleggen.

Wessemius-Chibrac wijst op de rol van regelgeving als aanjager van deze ontwikkeling: “Onder het nieuwe Nederlandse pensioenstelsel moesten pensioenfondsen hun deelnemers raadplegen, en de uitkomst was duidelijk: deelnemers willen meer impact, vooral op gebieden als betaalbare huisvesting, gezondheidszorg en de energietransitie. Dit is een belangrijke drijfveer geweest voor besluiten op bestuursniveau.”

De omvang van de toezeggingen valt op. Grote pensioenfondsen zoals ABP en PMT hebben al miljarden euro’s toegewezen aan impactbeleggingen. Ook verschillende grote verzekeraars hebben stevige toezeggingen gedaan. Die stappen laten zien dat impactbeleggen steeds vaker wordt gezien als een manier om met systeemrisico’s om te gaan. Kuiper: “Ecologische en maatschappelijke risico’s, zoals sociale onrust, vormen reële bedreigingen voor beleggingsportefeuilles. Beleggers moeten investeren waar de kansen liggen, en die kansen bevinden zich steeds vaker in oplossingen voor deze uitdagingen.”

De Nederlandse ontwikkeling staat niet op zichzelf. Ook in landen als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk groeit de aandacht voor impactbeleggen. Toch valt Nederland op door de manier waarop ambitie wordt omgezet in concrete stappen. Kuiper: “We hebben in Europa, en met name in Nederland, een lange traditie van verantwoord beleggen. De volgende stap, impactbeleggen, is een natuurlijke ontwikkeling.”

Van waarom naar hoe
Nu impactbeleggen groeit, verschuift het gesprek steeds meer van waarom naar hoe. Hoe kunnen institutionele beleggers impactprincipes toepassen in hun hele portefeuille? Hoe kunnen vermogensbeheerders belegbare mogelijkheden ontwikkelen in sectoren waar veel nodig is? En hoe kunnen toezichthouders en beleidsmakers daarvoor de juiste voorwaarden scheppen?

Een belangrijke ontwikkeling is dat impactbeleggen steeds minder wordt gezien als iets voor een niche allocatie. Steeds vaker gaat het over het toepassen van impactprincipes in alle beleggingscategorieën. Kuiper: “Het gaat er niet om impact als een afzonderlijke beleggingscategorie te zien. Het gaat erom intentionaliteit, meetbaarheid en financieel rendement in de hele portefeuille te verankeren. Wie actief zoekt, vindt volop mogelijkheden.”

Die verschuiving is al zichtbaar. Institutionele beleggers kijken steeds vaker verder dan de gebruikelijke categorieën. Triodos Investment Management biedt bijvoorbeeld oplossingen voor de energietransitie en nature-based solutions, twee thema’s die veel belangstelling trekken. Kuiper licht toe: “We investeren actief in infrastructuur voor hernieuwbare energie, opslagoplossingen en verbeteringen van het elektriciteitsnet – allemaal cruciaal voor de Europese energietransitie. Het gaat om bewezen technologieën die passen bij de risico-rendementsprofielen van institutionele beleggers.”

De rol van regelgeving
Regelgeving speelt een belangrijke rol in de toekomst van impactbeleggen. Een voorbeeld is de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) van de EU. Deze regels kunnen verandering aanjagen, doordat ondernemingen meer inzicht moeten geven in hun ecologische en sociale impact. Wessemius-Chibrac ziet dat als een goede ontwikkeling: “De CSRD zal tot meer transparantie en verantwoordingsplicht leiden. Succes betekent dat alle belanghebbenden – financiële instellingen, ondernemingen en beleidsmakers – impact als een vanzelfsprekend onderdeel van hun activiteiten nastreven.”

Tegelijk blijft politiek leiderschap een belangrijke schakel. Toezichthouders en ambtenaren hebben steeds meer aandacht voor impact, maar politieke polarisatie kan vooruitgang in de weg staan. Wessemius-Chibrac: “De achterblijvers zijn de beleidsmakers. We bevinden ons in een gepolariseerd politiek klimaat waarin ideologie vaak zwaarder weegt dan langetermijndenken. Daarom hebben we een partijoverstijgend gesprek nodig over het veiligstellen van een leefbare planeet voor toekomstige generaties.”

Voorbij de 10%-doelstelling
De 10%-doelstelling voor impactbeleggingen is geen eindpunt, maar een tussenstap. Naarmate impactbeleggen verder groeit, kan het verschil met traditioneel beleggen kleiner worden. Kuiper ziet een toekomst waarin impact gewoon deel is van de beoordeling van alle beleggingen: “Misschien verdwijnt de term impactbeleggen zelfs. Elke belegging heeft impact – positief of negatief. De vraag is of je je daarvan bewust bent. Impact, risico en rendement zouden de nieuwe IRR moeten vormen.”

Dat zou een belangrijke volgende stap zijn voor impactbeleggen: een wereld waarin kapitaal vanzelfsprekend bijdraagt aan positieve resultaten voor mens en planeet, zonder dat daar een apart label voor nodig is. De 10%-doelstelling van de NAB heeft die ontwikkeling al in beweging gebracht. De doelstelling heeft gesprekken op gang geholpen, toezeggingen gestimuleerd en laten zien dat impactbeleggen geen nicheaanpak is, maar een levensvatbaar en noodzakelijk onderdeel van institutionele portefeuilles.

Van ambitie naar actie

De voortgang tot nu toe is bemoedigend, maar er is nog veel te doen. De komende vijf jaar zijn belangrijk. Dan wordt duidelijk of impactbeleggen echt breed wordt omarmd, of vooral iets voor een kleine groep blijft. Wessemius-Chibrac zegt daarover: “De klimaat- en biodiversiteitscrises verdwijnen niet. We moeten oplossingen vinden, en impactbeleggen maakt daarvan deel uit. Het is een blijvend fenomeen en beleggers zullen het moeten omarmen – nu of later.”

Het is duidelijk dat de 10%-doelstelling meer is dan alleen een getal. Ze laat zien wat mogelijk is als kapitaal en maatschappelijke doelen samenkomen. De beweging om impactbeleggen breder te maken is al in volle gang, met Nederland als koploper. De vraag is niet meer óf impactbeleggen kan opschalen, maar hoe snel en hoe ver.

Dit artikel is gebaseerd op een Engelstalige aflevering van de podcast Inside Impact Investing van Triodos Investment Management. Wilt u de geïnterviewden zelf horen over dit onderwerp? Luister dan via Spotify of Apple Podcasts naar deze aflevering.