Direct naar de content
Dit artikel wordt u aangeboden door Triodos Investment Management
De redactie van Pensioen Pro draagt voor deze inhoud geen verantwoordelijkheid.

Financiële inclusie biedt lage correlatie en diversificatie

Een microfinancieringsklant van Banco Azul in El Salvador dat deel uitmaakt van de Triodos Microfinance Fund portefeuille (foto: Banco Azul).

Veel beleggers koppelen financiële inclusie vooral aan sociale impact. Maar daarmee doen zij dit beleggingsthema tekort, stelt Tim Crijns, fondsmanager van Triodos Microfinance Fund. “Na ruim twintig jaar hebben we met financiële inclusie een trackrecord opgebouwd van langjarig stabiele rendementen en een lage correlatie met de financiële markten. In tijden van marktstress biedt dat grote diversificatievoordelen.”

Dat maakt financiële inclusie volgens Crijns bij uitstek een interessant beleggingsthema voor pensioenfondsen die naast rendement ook aantoonbare maatschappelijke impact willen realiseren. Voor hen kan het een waardevolle bouwsteen zijn binnen de impactportefeuille: de sociale impact is direct en meetbaar, terwijl het rendement op de lange termijn relatief stabiel is.

Dat tweede sluit ook goed aan bij de langetermijnblik van pensioenfondsen en andere institutionele beleggers, vertelt Crijns. “De primaire doelstelling van pensioenfondsen is immers het waarborgen van een goed langetermijnrendement voor gepensioneerden.” Dat microfinancieringsleningen nauwelijks meebewegen met het wereldwijde marktsentiment is een ander voordeel voor de breed gespreide portefeuilles van grote beleggers.

Samenwerken met lokale banken

Triodos Investment Management verstrekt leningen aan gespecialiseerde financiële instellingen in opkomende landen. Die lenen het geld vervolgens uit aan mensen en kleine ondernemingen die bij reguliere banken moeilijk terecht kunnen. Denk aan een kleinschalige boer die zaaigoed financiert of een ondernemer die extra machines aanschaft. Het geld komt daarmee bij mensen terecht die hiermee economische activiteiten financieren.

Voor beleggers betekent dit dat Triodos Investment Management niet rechtstreeks duizenden kleine leningen wereldwijd verstrekt, maar aan een overzichtelijk aantal lokale financiële instellingen met lokale expertise. Via Triodos Microfinance Fund krijgen beleggers toegang tot een wereldwijd gespreide portefeuille van deze financiële instellingen.

Bij de selectie kijkt het in-house investeringsteam bij Triodos Investment Management onder meer naar de financiële soliditeit van de lokale partners, hun kredietbeleid, consumentenbescherming en de manier waarop zij hun maatschappelijke doelstellingen in de praktijk brengen. Ook het landenrisico speelt een belangrijke rol: per land worden op basis van objectieve data limieten vastgesteld en worden de meest risicovolle markten uitgesloten.

Stabiele rendementen en beperkt kredietverlies

Deze aanpak leidt tot een aantrekkelijk risico-rendementsprofiel. Het nettorendement van Triodos Microfinance Fund ligt, gerekend vanaf de oprichting in 2009, tussen de 4 en 5% per jaar. Over de afgelopen twintig jaar kende de strategie slechts één negatief jaar: het coronajaar 2020. Het jaar daarna werd dat verlies volgens Crijns weer ruimschoots goedgemaakt, omdat de genomen voorzieningen teruggedraaid konden worden toen de bedrijvigheid – en daarmee de terugbetalingen – weer op gang kwam na de opheffing van de lokale lockdowns. Het rendement oogt bescheiden naast private equity of aandelen, erkent Crijns, maar volgens hem moet dat cijfer altijd in samenhang met het risico worden bekeken. “We hebben een zeer lage default rate, waarmee we in feite laten zien dat de risico’s voor financiële inclusie lager zijn dan doorgaans wordt verwacht voor emerging markets.”

De default op leningen die Triodos Microfinance Fund aan financiële instellingen verstrekt, bedraagt gemiddeld slechts 0,18% per jaar. De onderliggende microfinancieringsinstellingen vormen daarbij een belangrijke buffer: zij selecteren kredietnemers en absorberen zelf eventuele verliezen op individuele leningen. Via microfinanciering loopt de belegger daarmee enkel kredietrisico op bij gereguleerde lokale financiële instellingen, die vrijwel altijd onder toezicht staan van de centrale bank.

Diversificatievoordelen

De specifieke aanpak maakt deze vorm van financiële inclusie ook wezenlijk anders dan beleggen in beursgenoteerde ondernemingen in opkomende markten die hetzelfde maatschappelijke doel ondersteunen. Bij aandelen blijft de belegger blootgesteld aan beurswaarderingen, marktsentiment en ondernemingsspecifieke risico’s.

De lage samenhang met de financiële markten is volgens Crijns goed te verklaren. “Uiteindelijk komt het geld lokaal terecht bij mensen. Een kleinschalige boer die voor de lokale markt produceert, of een ondernemer op een markt in Ghana, ondervindt nauwelijks een direct effect van een beurscrisis elders in de wereld. Bovendien gaat het vaak om basisproducten die ook tijdens economische tegenwind nodig blijven.”

Een brede geografische spreiding van de microfinancieringsportefeuille helpt risico’s verder te beperken. Triodos Investment Management werkt met een landenrisicosysteem dat onder meer kijkt naar macro-economische omstandigheden, staatsschuld en corruptie. Hoe hoger het risico, hoe lager de maximale blootstelling. De meest risicovolle landen worden uitgesloten.

Hoe dit in de praktijk kan uitwerken, bleek volgens Crijns in 2022 bij een vermogensbeheerder die het fonds in een modelportefeuille had opgenomen. “We kregen dat jaar de positieve terugkoppeling: zonder jullie zouden we in 2022 een min van 15% hebben gehad, maar dankzij de positie in het fonds werd het verlies beperkt tot een min van 5%.”

Concrete impact

Financiële inclusie biedt pensioenfondsen uiteindelijk de mogelijkheid om aantoonbare sociale impact te behalen. Met financiële diensten worden huishoudens en kleine ondernemers bereikt die buiten het reguliere banksysteem vallen, met bijzondere aandacht voor vrouwen en mensen in landelijke gebieden. Daarmee raakt financiële inclusie enkele belangrijke Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties aan: SDG 5 (gendergelijkheid), SDG 8 (economische groei) en SDG 10 (ongelijkheid verminderen). “Uiteindelijk kan dat indirect ook bijdragen aan armoedebestrijding – al is dat geen doel op zich – doordat meer mensen de mogelijkheid krijgen om een inkomen op te bouwen, een onderneming te laten groeien en bij te dragen aan de economische ontwikkeling van hun regio.”

De maatschappelijke impact is daarmee erg concreet. Vooral vrouwen en mensen op het platteland hebben in veel landen minder toegang tot reguliere financiële diensten. Triodos Microfinance Fund rapporteert daarom onder meer over het aantal bereikte klanten, het percentage vrouwen en het percentage klanten in landelijke gebieden. Het gemiddelde leenbedrag ligt rond € 2.000, al zijn de regionale verschillen groot.

Crijns: “We kunnen daadwerkelijk verschil maken in het leven van mensen, voor vrouwen of mensen in verafgelegen regio’s. En nee, die impact leidt niet tot een lager rendement. Over de afgelopen twintig jaar hebben we weinig tot niets gemerkt van een trade-off tussen impact en rendement. We zien dat financiële inclusie juist een laag gecorreleerd en stabiel rendement biedt, met grote diversificatievoordelen voor elke portefeuille.”

Tim Crijns, fondsmanager van Triodos Microfinance Fund